Interview met: Johan Klein Haneveld

Hallo lieve lezers van bookstamel,

Vandaag is het alweer de laaste week van de 4 weekse spotlight van Johan van Haneveld 🙂 Ik vond het super leuk dat je mee wilde werken aan deze blogs van eigen bodem. Het blijft leuk om elke keer weer nieuwe auteurs te ontdekken en nieuwe boeken. Tja nadat ik een boek van Johan heb gelezen zijn er dus een aantal op mijn wishlist beland alsof die nog niet lang genoeg is. Iets met teveel boeken en te weinig tijd. Oohja ik zou er wel even goed voor gaan zitten want het is een zeer lang maar boeiend interview geworden;) 

foto Johan 3[101].jpeg

Nou laten we maar bij het begin beginnen toch 🙂 Waar haal je de inspiratie voor je boeken vandaan? Dat is een van de moeilijkste vragen die er is. Want waar komt inspiratie vandaan? Dat kan ik onmogelijk zeggen. Ik lees veel, verdiep me in wetenschap en filosofie, kijk films, bezoek musea en in mijn hoofd raken al die dingen met elkaar gemengd. En dan opeens combineren er twee of drie zaken tot een verhaalidee. Vaak verschijnt het al bijna compleet. Dan weet ik ook direct of het een kort verhaal moet worden of een roman. Soms moet ik er meer aan werken. Dan begint het met een flard en denk ik er over terwijl ik naar de trein loop. Ik maak ook veel gebruik van de notitie-app in mijn telefoon (daarvoor was het een aantekenboekje). Niet alle ideeën leiden tot een verhaal. Een idee moet een bepaalde levendigheid hebben, iets waardoor ik erdoor wordt aangetrokken. Het moet zich als het ware blijven opdringen. En dan ga ik er uiteindelijk voor zitten. Ondertussen heb ik zoveel ideeën voor verhalen en romans dat ik tot 2028 aan het schrijven kan blijven …

Word je nooit heel erg afgeleid door je eigen fantasie tijdens het schrijven? Ja, soms heb ik een idee voor een volgend verhaal terwijl ik nog met het vorige bezig ben. Dan zorg ik dat ik het snel opschrijf in de notitie-app van mijn telefoon. Dan hoeven mijn hersenen het niet vast te houden en kan ik weer verder met waar ik mee bezig was. Maar meestal komen ideeën als ik niet met een verhaal bezig ben, in de pauzes ertussen. Want als ik aan een verhaal werk word ik daar helemaal door in beslag genomen. Ik denk bijna aan niets anders. Mijn vrouw moet er dan wel om glimlachen, want bijvoorbeeld bij het ontbijt ziet ze me regelmatig in de verte staren en dan weet ze dat ik weer aan mijn verhaal denk. Ik ben er best obsessief mee bezig. Maar voor mij is dat goed. Ik ben het meest ontspannen als ik met mijn verhalen bezig ben. Als ik door omstandigheden een week of langer niet aan schrijven toekom ga ik slecht slapen en word ik heel chagrijnig.

Je begon al heel jong met schrijven vond je het dan niet spannend om uiteindelijk je verhalen te gaan delen met andere mensen? De eerste verhalen die ik schreef als tiener heb ik alleen gedeeld met mijn broers en een paar goede vrienden. Ook mijn vrouw Bianca heeft ze ondertussen gelezen. Pas toen ik 23 was had ik een verhaal geschreven dat in mijn ogen goed genoeg was om aan een uitgever aan te bieden. Dat was ‘Neptunus’. Gelukkig was de uitgever enthousiast. Het was wel zo dat er volgens de redacteur nog het een en ander aan herschreven moest worden. Dat deed me wel even slikken. Maar ik ben ermee aan de slag gegaan en ik merkte dat het verhaal er beter van werd. Sindsdien weet ik dat de redacteur het beste met het verhaal voor ogen heeft, en ik leer er ook steeds van. De afgelopen jaren verschijnen ook korte verhalen in tijdschriften en bundels. Dat vond ik ook heel spannend. Want je verhaal moet wel worden uitgekozen door de redactie! Ik ontdekte bijvoorbeeld het tijdschrift ‘Fantastische Vertellingen’ en de ‘Ganymedes’-bundels die elk jaar verschijnen. Die lees ik zelf tegenwoordig ook heel graag. En het is een eer dat ze een paar verhalen van mij hebben willen plaatsen. Elke keer als er een verhaal van mij verschijnt vieren mijn vrouw en ik het door een fles mede te openen. Het blijft namelijk altijd bijzonder!

Je schrijft ook regelmatig verhalen voor in bundels dat zijn vaak kortere verhalen zijn deze moeilijker om te schrijven dan lange verhalen? Korte verhalen vind ikzelf niet moeilijker dan lange verhalen, maar ik weet dat er schrijvers zijn die daar anders over denken. Ik schrijf ze allebei graag: romans, korte verhalen en daar tussenin novelles. Het is maar net welke lengte er past bij het idee. Het mooie van korte verhalen vind ik dat ze lekker kernachtig kunnen zijn. Eén idee, dat strak wordt uitgewerkt. Een mooi concept en dan een verrassend einde verzinnen. Bovendien kun je in elk verhaal weer een nieuwe wereld neerzetten, anders dan de andere verhalen. Dat ligt me wel, want ik heb best veel ideeën.

Met je korte verhalen heb je ook al een aantal prijzen gewonnen. Wat betekend het winnen van zo’n prijs voor jou? Ik had het geluk dat ik bij de eerste wedstrijden waar ik aan deelnam hoog eindigde. Het gaf me een duwtje in de rug en maakte dat ik het aandurfde om verhalen toe te sturen aan tijdschriften en bundels. Later kwam ik niet zo hoog meer terecht. Maar het hangt allemaal af van de jury, dus er zit ook een toevalsfactor in. Tegenwoordig doe ik niet meer zo graag mee aan wedstrijden, omdat het me elke keer veel stress oplevert. Ik schoot een keer in een dip na de Harland Awards en dat was geen fijne ervaring. Dus ik concentreer me met mijn verhalen meer op de tijdschriften en bundels. Per slot van rekening hoop ik dat meer mensen mijn verhalen lezen dan alleen een jury!

Welk boek, kort verhaal in een bundel of gedicht dat je hebt geschreven is je favoriet en waarom? Moeten kiezen welk van je eigen verhalen je favoriet is, dat is bijna onmogelijk! Mijn boeken zijn mijn kindjes en ouders kunnen toch ook niet zeggen welk kind hun favoriet is? Ik werk aan al mijn boeken zo hard ik kan en doe er mijn uiterste best voor ze zo goed mogelijk te maken. Maar wel is elk boek anders en heeft elk verhaal iets anders dat me aanspreekt. Zo vind ik in mijn fantasytweeluik ‘De Krakenvorst’ dat ik de natuur van het land Kartaalmon mooi heb beschreven en ben ik trots op de actiescènes in dat verhaal, zoals een grote veldslag, maar ook de verschillende volken met elk een andere bijzondere gave. Van mijn bundel Conquistador vind ik de schaal van de verhalen bijzonder. Sommige verhalen spelen zich zo ver in de toekomst af dat er zelfs geen zwarte gaten meer zijn, of bestrijken vele lichtjaren in afstand. Het titelverhaal ‘Conquistador’ vind ik heel mooi, omdat het veel verschillende werelden bevat en een hoofdpersoon die een aanstekelijke liefde voor de natuur heeft. Wat ‘Acmala’ voor mij bijzonder maakt is dat het een oerwoudverhaal is met reuzeninsecten. Dat soort verhalen las ik als tiener regelmatig en ik wilde altijd eens net zo’n verhaal schrijven! De bundel ‘Het teken in de lucht’ bevat veel van mezelf. Veel van de karakters worstelen met onzekerheden en twijfel die ik uit mijn eigen leven ken en dat maakt het een heel persoonlijke bundel. Iets dergelijks geldt ook voor mijn SF-roman ‘De afvallige ster’. Dat was het eerste verhaal waarin ik mijn ervaringen met pesten kon verwerken. Tot nu toe kwam het onderwerp nog te dichtbij. In dit verhaal kon ik het thema van pesten en wat dat met je doet combineren met een rijke SF-wereld, vol Dysonbollen, buitenaardse wezens en een groepsbewustzijn. Het heeft ook nog eens de meest grootschalige actiescène die ik ooit heb geschreven. Maar ik weet nu al dat ik op mijn volgende boek net zo trots zou zijn!

Wat nou als je voor een dag moet leven als een personage uit een van je boeken welk personage kies je dan? Meestal maak ik het de personen uit mijn boeken niet makkelijk. Mijn vrouw is nog steeds boos op me om wat ik in ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’ liet gebeuren met een van de karakters. Maar als je hoofdpersonen het niet moeilijk hebben, is er weinig spannends aan het verhaal. Bovendien kun je iemands karakter pas echt leren kennen als hij of zij op de proef wordt gesteld, dan blijkt uit welk ijzer hij of zij gesmeed is. Dus of ik graag met mijn karakters wil ruilen, dat weet ik niet … In ‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’ was een personage gebaseerd op mezelf, die goed advies gaf aan de hoofdpersoon Alecia, maar ook met hem liep het niet goed af … Wel zou ik willen leven in de toekomst die ik beschrijf in mijn bundel ‘Het teken in de lucht’. Na een grote wereldwijde ramp bouwen mensen een nieuwe beschaving op. Uiteindelijk beginnen we zelfs in de ruimte te reizen en bereiken we andere planeten. Ik zou wel onder het ijs van de maan Europa willen duiken zoals de hoofdpersoon van het verhaal ‘De droom’, die daar in die diepe oceaan iets heel bijzonders ziet, iets waarvan hij tot dan toe alleen nog maar kon dromen.

Over welke fantasy/sf wereld zou je nog wel eens een boek willen schrijven?Schrijver en uitgever Patrick Berkhof vroeg me om een verhaal te schrijven dat zich afspeelde in zijn verhaalwereld van Dizary. Ik vond zijn boek fantastisch en nam die uitdaging graag aan. Het was leuk om in zijn wereld te duiken en er een hoekje te vinden dat hijzelf nog niet had uitgewerkt. Zoals de wouden van Gesmer. De wereld uit mijn verhaal ‘Conquistador’ is er een waar ik nog wel naar terug wil keren. Over hoofdpersoon Jonas Janquill valt nog veel meer te vertellen. Ook vind ik het idee van de uitgeholde asteroïden met afgesloten ecosystemen binnenin heel inspirerend. Ik loop al een jaar rond met het idee voor een avonturenverhaal in zo’n asteroïde waar wetenschappers dinosauriërs terug tot leven hebben gebracht. Als het gaat om de werelden van andere schrijvers vind ik het leuk om te spelen met de mythologie die bedacht is door H.P. Lovecraft. Ik schrijf al vaker horrorverhalen die door deze schrijver zijn geïnspireerd en hoop volgend jaar een horrorroman te schrijven waarbij ik teruggrijp op zijn ideeën.

Welk belangrijk thema zou je nog wel eens in een boek te sprake willen brengen ? Ik maak me nogal zorgen over de staat van onze wereld. Aan de ene kant hoe we omgaan met het milieu. Als kind droeg ik al jassen en truien met teksten als ‘save the whales’ of ‘save the tropical rain forest’. Het uitsterven van dieren en planten lijkt alleen maar sneller te gaan, plastic vervuilt de oceanen en de klimaatverandering gaat voor grote problemen zorgen. We merken het nu al in de hete zomers en extreme weersomstandigheden. Ik heb me lang machteloos gevoeld als ik over deze onderwerpen las. Wat kun je er in je eentje tegen beginnen? Elke keer als ik las over een kikkersoort die was uitgestorven of over walvissen die stikken in plastic, werd ik depressief. Tot ik besloot dat ik in elk geval kon doen waar ik toe in staat was. En als schrijver kan ik minstens over deze thema’s schrijven. Dat doe ik dus ook! Zo werk ik samen met andere schrijvers aan een bundel met verhalen over klimaatverandering. Ik maak me daarnaast zorgen over de opkomst van de extreem rechtse politiek en mensen die alleen maar lijken te reageren op hun onderbuikgevoelens. Daarover schreef ik de korte roman ‘De groene toren’, die in 2020 door Uitgeverij Macc gaat worden uitgebracht. Ik hoop ook nog thema’s als diversiteit en acceptatie van minderheden in mijn verhalen aan de orde te laten komen.

Je boeken worden vooral uitgegeven door uitgeverij Macc en Godijn Publishing waarom heb je er voor gekozen je boeken bij 2 verschillende uitgevers onder te brengen? Ik schrijf teveel voor één uitgever! Het begon eigenlijk omdat een van de uitgevers niet graag verhalenbundels wilde uitgeven en ik wel veel korte verhalen had liggen, die ook nog eens mooi bij elkaar pasten. De andere uitgever bracht echter wel verhalenbundels uit. Ik zag een oproep voor manuscripten voor het Boek10-project en besloot de gok te wagen. Mijn bundel werd toen geaccepteerd. En dat gaf me de kans ook andere bundels uit te brengen, zonder me tot maar één boek per jaar te hoeven beperken. Het is al lang niet meer zo dat de ene uitgever alleen mijn verhalenbundels publiceert en de ander romans. Voor Godijn Publishing schreef ik de mini-roman ‘Plastic Vriend’, die wordt gepubliceerd in de reeks ‘Godijntjes’ en waarvan de royalty’s naar een goed doel gaan. Ook werk ik voor Godijn aan een fantasyroman, ‘Hoeder van de vulkaan’. Voor Uitgeverij Macc stel ik een bundel samen met verhalen over klimaatverandering van Nederlandstalige SF- en fantasyschrijvers. Natuurlijk komt er ook een verhaal van mij in.

Welke schrijvers waren voor jou een groot voorbeeld? Ik ontdekte al vroeg de sciencefiction, omdat mijn vader SF-boeken en -bundels in de kast had staan. Al snel nam ik ook veel SF-boeken mee uit de bibliotheek. Ik werd groot fan van de verhalen van Isaac Asimov. Hij is bekend van de robotverhalen, maar ook van ‘The foundation’. Hij bouwde zijn verhalen altijd heel logisch op en toch hadden ze een einde dat je als lezer niet zag aankomen. Mijn eigen verhalen worden wel eens met die van Asimov vergeleken en daar ben ik heel erg trots op. Ook Arthur C. Clarke vond ik inspirerend. Ik las ook veel de stripverhalen van Roger Leloup over Yoko Tsuno en die hebben mijn verbeelding ook gevormd. In de eerste boeken die ik als tiener kreeg kwam er steevast een karakter terug dat op Yoko gebaseerd was. Nog steeds schrijf ik graag over capabele vrouwen en probeer ik dezelfde empathie te tonen als Leloup. Modernere schrijvers die me hebben beïnvloed zijn Tad Williams voor mijn fantasyboeken en schrijvers als Stephen Baxter, Alastair Reynolds en Hannu Rajanieme voor mijn SF-verhalen. Voor mijn nieuwe boek ‘Hoeder van de vulkaan’ heb ik me laten inspireren door N.K. Jemisin. Ik ben ook groot fan van de Nederlandse schrijver Tais Teng. Die zou een veel groter lezerspubliek verdienen als je het mij vraagt.

Wat vind je het moeilijkste aan het proces van verhaal in je hoofd naar boek in de winkel? Van mezelf heb ik een visuele verbeelding. Voordat ik ga schrijven zie ik het verhaal daarom eigenlijk in beelden voor me, een beetje als een film. Vervolgens probeer ik die beelden in woorden te vertalen. Dat is nog niet zo makkelijk. En altijd tijdens het schrijven van een verhaal, als ik op een derde ben ongeveer, komt er een moment van teleurstelling, waarop ik me realiseer dat het niet precies wordt zoals ik het in mijn verbeelding voor me zag. Gewoon omdat ik niet dezelfde hoeveelheid details in mijn woorden kan stoppen die ik voor me zie. Dat is een hobbel waar ik altijd even overheen moet. Uiteindelijk (op ongeveer tweederde) komt het besef dat het toch een behoorlijk goed verhaal wordt, ook al is het anders dan wat ik oorspronkelijk beoogde. En aan het eind ben ik er trots op! Ik blijf er echter soms wel over fantaseren hoe het er uit zou zien als film of als stripverhaal. Een van mijn dromen is dan ook om nog eens een boek van mij verfilmd te zien …

Welk boek heb je het meest verkocht? Van mijn tweede boek, ‘Het wrak’, zijn 5.000 exemplaren verkocht, als ik het me goed herinner. Dat was in 2002, dus het is al een tijd geleden. ‘Het wrak’ was toen het actieboek van de christelijke uitgevers in de maand van het spannende boek, en werd dus weggegeven bij de aankoop van boeken. Het was dus een groot succes. Maar daarna wilde mijn uitgever eigenlijk dat ik een contemporaine thriller schreef in de stijl van ‘Het wrak’ in plaats van science fiction. Dat probeerde ik wel, maar ik kwam niet verder dan de proloog en raakte prompt in een dip terecht. Ik dacht dat ik mijn verbeelding kwijt was en heb tien jaar lang bijna niet meer geschreven. Pas in 2012 realiseerde ik me dat ik gewoon SF en fantasy moest schrijven zonder na te denken of het wel uitgegeven kon worden. Toen ging de fantasie gelukkig weer stromen! Er was toen echter zoveel tijd verstreken dat het succes van ‘Het wrak’ niet meer veel invloed had op mijn schrijfcarrière. Tegenwoordig verkoop ik misschien wel minder boeken, maar ik krijg meer positieve reacties van lezers via het internet, en dat is eigenlijk nog veel leuker! Niet dat ik ongelukkig zou zijn als ik weer zulke verkoopcijfers zou bereiken als toen …

Wat zijn je plannen voor de toekomst? Ik ga lekker door met schrijven! Ik heb al een aantal novelles, bundels en romans af en die komen de komende tijd uit, onder andere ‘IJsbrekers’, mijn deel van de serie ‘De zwijgende aarde’, en ‘Ruisreizigers’, mijn derde verhalenbundel met beklemmende sciencefiction en Lovecraftiaanse horror. Ik daag mezelf graag uit door dingen te proberen die ik nog niet eerder gedaan heb. Ik schrijf bijvoorbeeld voor het eerst samen met een andere schrijver een boek. Theo Barkel, die Uitgeverij Macc heeft opgericht, en ik zijn al ongeveer op de helft van ‘De quantumdetectives’. Ook staat er een project samen met Anthonie Holslag op de planning, dat echte SF zal worden. Ik wil ook een horrorroman gaan schrijven, maar eerst moet ik nog mijn nieuwe fantasyboek afronden, ‘Hoeder van de vulkaan’. Ik dacht een tijdje dat ik na ‘De Krakenvorst’ geen fantasy meer zou schrijven, maar toen kreeg ik een geweldig idee voor een bijzondere fantasywereld, een die door het teveel gebruiken van magie in een ijstijd is terechtgekomen. Bovendien probeer ik het hele boek in de tweede persoon te schrijven

Welk mythische wezen vind je het meest interessant? De kraak natuurlijk! Een reuzeninktvis die opduikt uit het onbekende, de zwarte zee, en boten de diepte in sleurt. Niet voor niets heb ik De kraak of kraken in mijn fantasyboek ‘De krakenvorst’ een belangrijke rol gegeven. Op draken was ik wel een beetje uitgekeken. Maar de oceaan is voor ons nog steeds onbekend. Er zijn bijvoorbeeld nog maar twee keer beelden geschoten van de reuzenpijlinktvis, terwijl dat toch een van de grootste dieren is die leeft in de diepzee! De zee heeft iets mysterieus, en wat daar leeft is zo aangepast aan die andere wereld, dat we het soms niet eens herkennen als leven. Dat fascineert mij enorm!

Je werkt ook mee aan een serie rondom castlefest en daar verschijnt deze maand het door jou geschreven nieuwe deel van hoe ben je daar bij gekomen? Het idee voor de Castlefest Kronieken kwam van schrijver Gé Ansems, die publiceert bij Macc en daarom bij Macc in de kraam stond op fantasyfestivals. Hij vond het bijzonder al die verklede mensen voorbij te zien komen en bedacht toen een verhaal waarbij de als vampier verklede mensen echte vampiers werden en de als feeën verklede mensen echte feeën. De uitgever was er enthousiast over en dat was het begin van de serie, die begon in 2015 met het boek ‘Wanneer de zon terugdraait’. Als trouwe bezoeker van Castlefest was ik enthousiast over het idee en toen ik ook bij Macc werd uitgegeven meldde ik me snel aan om ook een deel in de serie te schrijven. Ik heb samen met Theo Barkel gebrainstormd over de tweede trilogie, waarbij we de klassieke SF-verhalen van H.G. Wells, Arthur Conan Doyle en Jules Verne als uitgangspunt namen. In mijn boek komen de dinosauriërs uit ‘De verloren wereld’ van Arthur Conan Doyle terecht op het festival en dat leidt natuurlijk tot een enorme chaos.

Je spreekt ook regelmatig op evenementen of bezoekt fantasy festivals wat vind je het leukste daaraan? Ik hou van de sfeer op fantasy festivals! Allemaal mensen die zo opgaan in de wereld van de verbeelding. De eerste keren dat ik op Castlefest kwam voelde het als thuiskomen. Dat gevoel heb ik nog steeds wel, dat de wereld buiten mij eindelijk een beetje lijkt op de wereld binnenin mij. Want van binnen zit ik vol met fantasie en verbeelding. Tegenwoordig is het wat anders. Nu sta ik vaak bij mijn uitgevers achter de kraam en moet ik me meer richten op de verkoop. Gelukkig kan ik ook altijd wel een rondje lopen over het festival. Daarbij probeer ik ook altijd met de andere schrijvers een praatje te maken. Daar komen soms mooie ideeën en samenwerkingen uit voort. Het verkopen van mijn boeken vind ik alleen best vermoeiend en ik moet het dus ook in de toekomst verminderen. Ik merk dat ik uitgeput raak van de festivals en dat is niet zo goed voor mijn gezondheid. Maar ik zal altijd wel op een paar beurzen of festivals blijven komen met mijn boeken!

Ben je wel eens bang voor negatieve reacties op je boeken? Of zie je deze juist als positieve feedback waar je iets mee kunt doen. Natuurlijk hou ik niet van negatieve recensies. Maar het mooie is: die hoef ik helemaal niet te lezen. Recensies zijn er niet voor de schrijver, maar voor de lezer. De enige reacties waar ik wat mee hoef te doen zijn die van mijn uitgever en de redacteur, en die neem ik altijd heel serieus. Als de uitgever besluit dat het boek goed genoeg is om uit te geven, is dat bevestiging genoeg! De meeste negatieve recensies van mijn boeken zijn van mensen die niet van science fiction houden (en dan snap ik wel waarom mijn verhalen ze niet aanspreken), of lezers die meer literaire kwaliteiten zoeken in boeken, en ik hou meer van spanning en avontuur. Dus ook dan is het duidelijk waarom ze wat kritisch waren. Mijn eigen innerlijke criticus staat trouwens scherp afgesteld, en ik werk er behoorlijk hard aan om in elk geval verhalen te schrijven waar ikzelf trots op kan zijn!

Wat heb je geleerd na het schrijven van al die boeken wat je nog niet wist toen je net begon? De belangrijkste les kwam uit een interview met Neil Gaiman waar ik op stuitte toen ikzelf nog last had van een writers block. Ik schreef niet aan verhalen omdat ik dacht dat ik geen inspiratie had. Neil Gaiman zei dat hij dagen had waarop hij vol inspiratie zat, de woorden vloeiden uit zijn pen op het papier, hij zat in de flow en het leek helemaal vanzelf te gaan. Op andere dagen was het schrijven een strijd, het leek maar niet te lukken en voor elk woord moest hij knokken. Maar, zei hij, als hij later teruglas wat hij had geschreven zag hij geen verschil tussen wat hij schreef op de dagen dat hij in de flow zat en op de dagen dat het moeilijk ging. De les was dat je niet moet wachten op inspiratie, maar dat je gewoon moet gaan schrijven. De inspiratie komt wel. Dat heb ik toegepast toen ik in 2012 weer ging schrijven. Ik ben gewoon begonnen. En ik merkte dat hij gelijk had!

Tot slot heb ik nog een aantal keuze vragen graag hoor ik ook waarom je voor iets kiest.

Fantasy of Sience fiction? Sciencefiction. Ik heb ook met plezier fantasy gelezen en geschreven, maar ik merk dat ik elke keer weer terugkom bij de sciencefiction. Ik hou nu eenmaal van wetenschap en de wetenschappelijke manier van denken, hoe de wereld zich zal ontwikkelen en hoe mensen reageren op veranderende omstandigheden. De mogelijkheden binnen de SF zijn eindeloos. Bovendien heb ik niet meer zoveel geduld voor eindeloze fantasyseries en trilogieën. Ik hou van een verhaal met een kop en een staart en vind al de omzwervingen daar tussenin niet zo heel interessant, om eerlijk te zijn.

Schrijven of Lezen? Het een kan niet zonder het ander. Ik ben gaan schrijven omdat ik zo van lezen hou en nu ik schrijf lees ik alleen maar meer. Schrijven en lezen zijn allebei uitingen van mijn liefde voor verhalen.

Film of Serie? Film. Zoals ik al zei over fantasy hou ik van verhalen waar een einde aan komt. Niet van eindeloos doorlopende series. Dan heb ik soms het gevoel dat het te lang duurt voor ik zie waar het verhaal heengaat.

Dag of Nacht? Ik ben een avondmens. ’s ochtends kom ik niet heel snel op gang. En in de zomer is het overdag ook nog eens onaangenaam warm. Geef mij een avond op de bank met een goede film! Aan de andere kant schrijf ik alleen overdag en niet ’s avonds of ’s nachts.

Fiets of Auto? Ik heb mijn rijbewijs laten verlopen omdat ik geen auto heb en mezelf ondertussen ook niet meer vertrouw achter het stuur. Ik reis veel liever met de trein. Je komt met het openbaar vervoer ook overal, en bovendien kun je ondertussen lezen of schrijven! De meeste van mijn boeken schrijf ik daarom in de trein. De Drakenvorst-Boeken zijn bijna geheel in de trein ontstaan. Ik heb ook geen fiets. In Delft loop ik overal heen of ik neem de trein. Ik ben zo vaak in gedachten verzonken dat ik zelfs fietsen niet zo fijn vind. En bovendien heb ik te vaak een lekke band gehad en dat je dan met je fiets aan de hand naar huis moet lopen … Dan neem ik wel de benenwagen.

Nooit meer eten of Nooit meer drinken? Nooit meer drinken. Eten is toch wel belangrijk voor me!

Papieren boek of e-boek? Papieren boek! Ik hou van het snuffelen in boekwinkels, hoewel ik ook veel online koop. Maar ik hou ook van de boekenkast (ik hoop nog eens een eigen bibliotheek te hebben), waar ik voor kan staan en naar een volgend boek kan zoeken om te lezen. Ik vind het ook leuk mijn eigen boeken op papier te hebben. Zo voelt het voor mij echter. Als mijn boeken alleen als e-boek zouden uitkomen, zou het niet als een prestatie voelen. Dat is misschien irrationeel, maar iets dat alleen digitaal verschijnt voelt voor mij niet echt als een concreet product. Ik heb graag iets dat ik in mijn handen kan houden.

Bos of Strand? Ik hou van allebei. De uitgestrekte zee en de bijzondere schelpen die je kunt vinden. Maar ik het bos breng ik liever tijd door. De natuur, bijzondere varens of mossen, elke keer een nieuw uitzicht. Heerlijk vind ik dat. En inspirerend. Niets zo goed om op verhaalideeën te komen als een flinke boswandeling.

Super bedankt voor dit leuke interview Johan!

Heel veel liefs, Melanie

8 reacties Voeg uw reactie toe

  1. feliceveenman schreef:

    een mooi en uitgebreid interview, het lijkt me heerlijk als je zo veel kan schrijven

  2. Melissa schreef:

    Wat een heerlijke lange en uitgebreide interview.

    1. Amina - Imfeelinggood.nl schreef:

      Wat een heerlijk en uitgebreid interview. Heb ervan genoten tijdens de koffie xxx

  3. Manon schreef:

    “Recensies zijn er niet voor de schrijver, maar voor de lezer.“ ik vind dit heel mooi gezegd!

  4. sandra schreef:

    Leuk interview om te lezen!

  5. Geweldig interview om te lezen. Lijkt me geweldig als je zo makkelijk kunt schrijven.

  6. Laura schreef:

    Interviews vind ik zo leuk om te lezen! Ik ben altijd nieuwsgierig naar mensen.

  7. Amy - Sommarmorgon.com schreef:

    Wat een leuk, uitgebreid interview! Geeft een mooi inkijkje, dat mijn interesse wekt om iets van Johan te gaan lezen. Het lijkt me heerlijk als je zo makkelijk verhalen kunt creëren als hij doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge